U gebruikt een verouderde browser. Update uw browser voor een betere en veiligere ervaring.update

De arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij beroepsziekte

Rechtbank Noord-Holland 25 november 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:10965

Onlangs heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in een zaak waarbij het verband tussen gezondheidsklachten en arbeidsomstandigheden centraal stond. De vraag hierbij was of de arbeidsrechtelijke omkeringsregel toegepast kon worden.

De casus

Met ingang van 1 maart 2006 is het slachtoffer in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) Hemera, een groothandel in gedragen kleding en aanverwanten.

De vrouw was werkzaam in de functie van naaister. De naaiwerkzaamheden werden uitgevoerd op een naaimachine voor stof en een naaimachine voor leer.

Arbeidsongeschiktheid

Op 31 augustus 2009 heeft de werkneemster haar huisarts bezocht met klachten aan haar linkerschouder. De huisarts constateerde een verhoogde spierspanning in de nek en schouders.

In 2009 heeft mevrouw vanwege voornoemde klachten nog tweemaal de huisarts geconsulteerd. Met ingang van maart 2010 is de omvang van de arbeidsovereenkomst van mevrouw op haar verzoek aangepast van 40 uur naar 32 uur.

Op 6 april 2010 heeft de vrouw opnieuw een bezoek gebracht aan haar huisarts wegens rug- en vermoeidheidsklachten waarna zij zich met ingang van 20 april 2010 ziek meldt.

In juli 2010 wordt door de orthopedisch chirurg een peesruptuur in de linkerschouder vastgesteld. De arbeidsovereenkomst is per 3 september 2010 van rechtswege geëindigd.

Aansprakelijkheid beroepsziekte

Bij brief van 25 juli 2011 heeft Bureau Beroepsziekten FNV namens de werkneemster Hemera aansprakelijk gesteld voor de schade wegens een beroepsziekte als gevolg van haar werkzaamheden voor Hemera op grond van artikel 7:658 BW.

Standpunten voor beroepsziekte

De vrouw legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij als gevolg van haar werk bij Hemera en de gebrekkige arbeidsomstandigheden een beroepsziekte heeft ontwikkeld.

De meeste naaimachines stonden te hoog voor de vrouw waardoor zij met geheven armen moest werken. De werkneemster moest haar hoofd steeds naar voren buigen om haar werk goed te kunnen zien. Mevrouw moest deze houding langer dan twee uur aaneengesloten volhouden.

Vanaf 2008 bestond het werk van mevrouw hoofdzakelijk uit naaiwerkzaamheden. Vanaf 2009 was er geen verwarming en ontbraken er van hoogte verstelbare stoelen. Verder was de werkdruk te hoog en werd mevrouw gepest door een collega.

Arbeidsomstandigheden

De bedrijfsarts heeft op 17 mei 2010 geconstateerd dat de vrouw arbeidsgebonden problemen met medische klachten ondervindt. Volgens de richtlijnen van het Nederlands Centrum voor beroepsziekten is de aandoening van de vrouw ‘waarschijnlijk arbeidsgerelateerd’.

Uit het resultaat van diverse checklists uit de literatuur volgt verder dat ten aanzien van verschillende werkfactoren van de werkneemster sprake is van een (verhoogd) risico op gezondheidsklachten (aan arm, nek of schouder) en dat het belangrijk is om maatregelen te nemen. Dit heeft Hemera niet gedaan.

Hemera heeft nagelaten een adequaat arbeidsomstandighedenbeleid zoals bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet te voeren.

De werkzaamheden van de werkneemster waren repeterend van aard en werden onvoldoende afgewisseld met andersoortige arbeid of pauzes. Het repeterend karakter en het werken op een werkplek die niet individueel was afgesteld op de (geringe) lengte van de vrouw maakten dat de werkzaamheden gevaarzettend voor haar gezondheid waren. Deze gevaren werden door Hemera onvoldoende beperkt.

Verweer werkgever

De verzekeraar van de werkgever heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Hemera betwist de vordering en stelt dat de werkneemster geen schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden.

De werkgever voert aan dat in geval van rug, nek en/of schouderklachten veelal meerdere oorzaken zijn aan te wijzen. Het is aan werkneemster om te bewijzen dat

  1. er sprake is van klachten die het gevolg (kunnen) zijn van overbelasting
  2. de belasting in het kader van de werkzaamheden bij Hemera is terug te voeren op een concrete normschending en zodanig was dat deze de bewuste klachten kunnen hebben veroorzaakt.

Het is niet mogelijk dat de werkzaamheden van de vrouw verantwoordelijk zijn voor een peesruptuur. Volgens de medisch adviseur van Hemera kan er daarom geen sprake zijn van een beroepsziekte.

Bewijslastverdeling arbeidsrechtelijke omkeringsregel

Ten aanzien van de stelplicht en bewijslast stelt Hemera dat de werknemer alleen wordt tegemoet gekomen (de zgn. omkeringsregel) als er sprake is van arbeidsgerelateerde klachten die specifiek zijn terug te voeren op een zorgplichtschending van de werkgever.

Het is aan de werkneemster om te bewijzen dat de gestelde schade is geleden in de uitoefening van de werkzaamheden ten behoeve van Hemera. Vervolgens wordt pas toegekomen aan de zorgplicht.

Subsidiair stelt Hemera dat zij de zorgplicht niet heeft geschonden en meer subsidiair dat nakoming van de zorgplicht het letsel niet had voorkomen. Tot slot beroept Hemera zich op eigen schuld van de vrouw en proportionele aansprakelijkheid en voert zij verweer tegen de (omvang van de) schade.

Toepassing arbeidsrechtelijke omkeringsregel

Voor de toepassing van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel is nodig dat de werkneemster stelt en zo nodig bewijst dat:

  1. zij de werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor zijn gezondheid, en
  2. dat zij lijdt aan gezondheidsklachten die daardoor kunnen zijn veroorzaakt (HR 9 januari 2009, Landskroon/BAM[1]).

In aanvulling op voornoemde regel heeft de Hoge Raad van 7 juni 2013 (SVB/Van de Wege)[2] bepaald dat deze regel het vermoeden uitdrukt dat gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden verricht.

Dat vermoeden wordt gerechtvaardigd door:

  • hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte en haar oorzaken,
  • alsook door de schending door de werkgever van de veiligheidsnorm die beoogt een en ander te voorkomen.

Gelet daarop is voor dat vermoeden geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is.

Uitspraak kantonrechter

Om te bepalen of de arbeidsrechtelijke omkeringsregel in de onderhavige zaak van toepassing is, is de kantonrechter allereerst ingegaan op de arbeidsomstandigheden en daarna de gezondheidsschade van de werkneemster.

Arbeidsomstandigheden

Vast is komen te staan dat de arbeidsomstandigheden bij Hemera vanaf 2009 zijn verbeterd en geen problemen meer opleverden. De werkneemster stelt dat de schouderklachten zijn ontstaan door de arbeidsomstandigheden van vóór 2009. De rechter acht deze arbeidsomstandigheden onvoldoende bewezen.

Gezondheidsschade

Werkneemster stelt dat de schouderklachten zijn ontstaan in de periode voor 2009. Dit blijkt slechts uit het huisartsenjournaal van eind augustus 2009 en vervolgens in 2010. De rechter oordeelt dat de werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd dat de klachten al voor 2009 zijn ontstaan.

Werkneemster heeft onvoldoende aangetoond dat haar schouderklachten zijn ontstaan als gevolg van de arbeidsomstandigheden. Hemera heeft dit verband voldoende ontkracht door middel van het advies van hun medisch adviseur.

Geen omkeringsregel

Bovenstaande leidt tot het oordeel van de kantonrechter dat het verband tussen de gezondheidsklachten van de werkneemster en de arbeidsomstandigheden te onzeker en onbepaald zijn. De arbeidsrechtelijke omkeringsregel is niet van toepassing waardoor de volledige stelplicht en bewijslast op de werkneemster rust;

Werkneemster dient op grond van artikel 7:658 lid 2 BW te stellen en zo nodig te bewijzen dat de klachten aan haar linkerschouder in de uitoefening van haar werkzaamheden zijn ontstaan. Indien zij daarin slaagt, dient de werkgever te bewijzen dat zij haar zorgplicht is nagekomen.

De kantonrechter oordeelt dat de werkneemster niet is geslaagd in haar bewijs en wijst haar vordering af.

Meer weten over aansprakelijkheid en de omkeringsregel? Neem contact op met een letselschade advocaat van Utrechtse Schade Advocaten.

[1] HR 9 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF8875, Landskroon/BAM.

[2] HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ1717, SVB/Van de Wege.


Meer informatie over onze dienstverlening bij letselschade?

Ellis Goyarts

Bij letselschade gaat het niet alleen om het juridische, maar juist ook om de menselijke kant. Na een ongeval voelen slachtoffers zich zo machteloos. Ik vind het belangrijk om dat gevoel weg te nemen. Zo krijgt het slachtoffer weer grip op het leven.

Neem contact op