U gebruikt een verouderde browser. Update uw browser voor een betere en veiligere ervaring.update

Attractiepark niet aansprakelijk voor gebroken enkel

Op 20 juli 2013 bezoekt een echtpaar met hun 2-jarige zoontje het attractiepark Plaswijckpark te Rotterdam.

In dit attractiepark bevindt zich een ‘airtrampoline’. Een airtrampoline is een (deels onder de grond geplaatst) rechthoekig bolvormig luchtkussen met een afmeting van ongeveer 9 meter bij 11 meter.

Ongeval airtrampoline

Tijdens het bezoek aan het attractiepark kreeg de moeder van het 2-jarig jongetje een ongeluk bij de airtrampoline. Het zoontje van het slachtoffer gleed van de trampoline, waarbij de moeder het jongetje wilde opvangen. Hierbij verstapte ze zich en heeft zij haar enkel gebroken.

Kwalitatieve aansprakelijkheid

Het slachtoffer heeft gesteld dat attractiepark Plaswijckpark kwalitatief aansprakelijk is, omdat het springkussen een gebrekkige opstal is, en dat Plaswijckpark daarnaast aansprakelijk is op grond van een onrechtmatige daad.

Onzichtbaar gat

Het slachtoffer heeft gesteld dat zich naast de trampoline een geul of een groot gat bevond, waar zij met haar voet in is gezakt. Het gat was echter niet zichtbaar, omdat er kunstgras overheen gelegd was. Hierdoor heeft zij haar letsel opgelopen.

Het verweer

Plaswijckpark bestrijdt dat er sprake was van een gebrek. In het bijzonder betwisten zij de aanwezigheid van een geul rondkom het springkussen en de rol daarvan bij de toedracht van het ongeval.

Plaswijckpark betwist hierdoor de aansprakelijkheid omdat naar hun mening geen sprake is van een gebrekkige opstal, noch van onrechtmatig handelen.

Daarnaast doen zij een beroep op de in de algemene voorwaarden van Plaswijckpark opgenomen exoneratie. Exoneratie is het uitsluiten van aansprakelijkheid middels een vooraf overeengekomen afspraak of clausule.

Uitspraak rechtbank Rotterdam

Er is geen kwalitatieve aansprakelijkheid op grond van artikel 6:174 BW. De rechtbank is van oordeel dat door het slachtoffer onvoldoende is onderbouwd dat er ten tijde van het ongeval een geul rondom de trampoline lag.

De aanwezigheid van deze geul zou volgens het slachtoffer 20 tot 25 cm breed moeten zijn, maar dit blijkt in het geheel niet uit de twee in het geding gebrachte foto’s van het attractiepark.

De rechtbank komt tot de conclusie dat er geen sprake was van een gebrek aan de opstal, in die zin dat er een onzichtbare geul rondom de trampoline was aangebracht die voor een gevaarlijke situatie zorgde.

De rechtbank sluit niet uit dat er mogelijk enige ruimte was ontstaan tussen het kunstgras en de trampoline, maar tijdens de procedure is niet gebleken dat een dergelijke ruimte een gevaar vormde of dat deze een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het letsel.

Niet aansprakelijk

Er kan dan ook niet geconcludeerd worden dat het springkussen niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Attractiepark Plaswijckpark is niet aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW.

Zij zijn ook niet aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW, want op hetgeen hierboven is geoordeeld met betrekking tot het ontbreken van een gebrek aan de opstal, stuit ook de aansprakelijkheid op grond van dit artikel.

Meer weten over aansprakelijkheid bij sport en spel? Neem contact op met een letselschadeadvocaat van Utrechtse Schade Advocaten.

Rechtbank Rotterdam, 16-12-2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9298


Meer informatie over onze dienstverlening bij letselschade?

Ellis Goyarts

Bij letselschade gaat het niet alleen om het juridische, maar juist ook om de menselijke kant. Na een ongeval voelen slachtoffers zich zo machteloos. Ik vind het belangrijk om dat gevoel weg te nemen. Zo krijgt het slachtoffer weer grip op het leven.

Neem contact op