U gebruikt een verouderde browser. Update uw browser voor een betere en veiligere ervaring.update

Hoogte van smartengeld: afhankelijk van de duur van het leed?

Op 24 november 2011 is een 54-jarige man als voetganger aangereden terwijl hij over een zebrapad liep. Als gevolg van de aanrijding heeft het slachtoffer een hoge dwarslaesie opgelopen waarna hij 3,5 maand later, op 8 maart 2012, is overleden.

Aansprakelijkheid

De echtgenote van het slachtoffer heeft bij brief van 20 februari 2012 de verzekeraar van de automobilist Univé, aansprakelijk gesteld. Univé heeft bij schrijven van 2 maart 2012 de aansprakelijkheid voor het ongeval volledig erkend.

Hoogte smartengeld

Gelijktijdig met de aansprakelijkstelling op 20 februari 2012 heeft echtgenote van het slachtoffer aan Univé medegedeeld dat rekening gehouden zal moeten worden met een bedrag wegens smartengeld van € 200.000,00. Univé schrijft op 4 maart 2014 dat zij bereid zijn een smartengeldvergoeding te betalen van € 30.000,00.

Deelgeschil

De echtgenote van het slachtoffer start een deelgeschil. In het deelgeschil gaat het om de vraag welk bedrag aan smartengeld moet worden toegekend aan het leed dat het slachtoffer heeft ondergaan.

Univé en echtgenote verschillen niet van mening over de ernst van het leed. Partijen verschillen wel van mening over de vraag of, en zo ja in hoeverre, de (relatief korte) duur van het leed van invloed is op de omvang van de smartengeldvergoeding.

Duur van het leed

Univé is van mening dat de duur van het leed relevant is voor de hoogte van het smartengeld. Univé stelt daarbij dat smartengeld tot doel heeft het leed te compenseren. Wanneer de duur slechts kortdurend is, heeft dit effect op de hoogte van het smartengeld. Univé acht een bedrag van € 30.000,00 redelijk en billijk.

De verzoekster in het deelgeschil stelt dat de duur van het leed niet betekent dat op het smartengeld moet worden gekort.

De begroting van het smartengeld

De rechtbank stelt voorop dat het toekennen van smartengeld naast de functie van compensatie van het leed ook de functie heeft van genoegdoening. Voor genoegdoening vindt de rechtbank een koppeling aan de tijdsduur van het leed minder aan de orde.

Wat wel van belang is, is de leeftijd van het slachtoffer ten tijde van het ongeval, dan wel, daaraan gerelateerd, de duur van het leven dat een slachtoffer nog voor zich heeft. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de ernst van de inbreuk, de mate van verwijtbaarheid en de economische omstandigheden van beide partijen. Tevens kijkt de rechter naar de smartengeldbedragen welke in vergelijkbare uitspraken zijn toegekend.

De beslissing

Op basis van alle omstandigheden van het onderhavige geval heeft de rechtbank een bedrag aan smartengeld toegewezen van € 125.000,00. De rechtbank heeft hierbij de duur van het leed, evenals de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het letsel, als een op zich zelf staande factor meegewogen in de begroting van het smartengeld.

Letselschade advocaat

Meer weten over smartengeld en letselschade? Neem contact op met Utrechtse Schade Advocaten. Wij zijn een ervaren advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in letselschadezaken.

Rechtbank Overijssel, 23 februari 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:944

 


Meer informatie over onze dienstverlening bij letselschade?

Ellis Goyarts

Bij letselschade gaat het niet alleen om het juridische, maar juist ook om de menselijke kant. Na een ongeval voelen slachtoffers zich zo machteloos. Ik vind het belangrijk om dat gevoel weg te nemen. Zo krijgt het slachtoffer weer grip op het leven.

Neem contact op