U gebruikt een verouderde browser. Update uw browser voor een betere en veiligere ervaring.update

Letselschade bij een verkeersongeval

Bij een verkeersongeval met letselschade is naast een motorrijtuig veelal een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer betrokken. Het bijzondere regime van artikel 185 Wegenverkeerswet (WVW) is bij deze ongevallen van toepassing.

De grondslag voor aansprakelijkheid bij een verkeersongeval

De aansprakelijkheid van artikel 185 WVW neigt naar een risicoaansprakelijkheid. Het betreft een vergaande aansprakelijkheid die in de loop van de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw voornamelijk in de rechtspraak van de Hoge Raad tot ontwikkeling is gekomen.

De eigenaar/houder van het voertuig is verplicht de letselschade te vergoeden, tenzij hij een beroep op overmacht aannemelijk maakt. Een beroep op overmacht slaagt pas als de bestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt.

De gemotoriseerde moet rekening houden met fouten van andere deelnemers, tenzij de fout zo onwaarschijnlijk is dat de bestuurder hier geen rekening mee behoefde te houden. De bestuurder moet anticiperen op verkeersfouten van andere weggebruikers, ook in het geval andere weggebruikers in strijd met de verkeersregels oversteken. Een beroep op overmacht is zelden succesvol.

De 50%- en 100%-regel voor ‘zwakke’ verkeersdeelnemers

Op grond van de billijkheid heeft de Hoge Raad de 50%- en 100%-regel ontwikkeld. De 100%-regel geldt bij fietsers en voetgangers jonger dan 14 jaar. Bij toepassing van de 50%-regel krijgt de zwakke verkeersdeelnemer behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid in ieder geval de helft van de schade vergoed. Van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid is slechts sprake wanneer het slachtoffer zich onmiddellijk voorafgaand aan haar gedragingen bewust is geweest van het roekeloze karakter van de gedragingen.

Causale verdeling en billijkheidscorrectie

Een hogere vergoeding dan 50% kan voortvloeien uit de causale verdeling en de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW. Bij de causaliteitsafweging wordt gekeken naar de mate waarin de fout van de zwakke verkeersdeelnemer enerzijds en de aan de gemotoriseerde toe te rekenen omstandigheden anderzijds aan de schade hebben bijgedragen. De correctie op grond van de billijkheid kan worden toegepast vanwege de aard van de schade, het Betriebsgefahr welke voor risico komt van de bestuurder, en de aanwezigheid van een verzekering bij de voetgangster.

Zelf te maken met letselschade door een verkeersongeval?

Utrechtse Schade Advocaten is expert op het gebied van letselschade bij verkeersongevallen. Neem voor meer informatie gerust contact op een ervaren letselschade advocaat.


Meer informatie over onze dienstverlening bij letselschade?

Pierre van Geffen

Het beroep van advocaat is mij op het lijf geschreven. Ik adviseer, onderhandel en procedeer. Daarbij stel ik altijd het belang van mijn cliënt voorop en ga ik voor maximaal resultaat.

Neem contact op