U gebruikt een verouderde browser. Update uw browser voor een betere en veiligere ervaring.update

Is een verzekeraar verplicht tot medewerking aan mediation?

Rechtbank Rotterdam, 11 april 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:2802

De feiten

Op 12 juni 2006 raakt een mevrouw als bijrijder betrokken bij een ongeval. De auto waar mevrouw in zat werd aangereden door een vrachtwagen met oplegger. Mevrouw heeft als gevolg van het ongeval letselschade opgelopen die onder andere bestaat uit nek- en rugklachten.

De vrachtwagen was ingevolge de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verzekerd bij HDI-Gerling door wie de aansprakelijkheid voor het ongeval is erkend.

Discussie over de schade

Partijen zijn in onderhandeling over de afwikkeling van de schade van mevrouw. Mevrouw stelt dat zij als gevolg van de nek- en rugklachten verlies aan verdienvermogen heeft geleden doordat zij beperkt is in het uitvoeren van haar werkzaamheden.

HDI-Gerling betwist dat alle door mevrouw ervaren klachten en beperkingen een gevolg zijn van het ongeval en is van mening dat er een deskundigenonderzoek moet plaatsvinden door een neuroloog. Op dit punt zijn de onderhandelingen tussen partijen vastgelopen waarna door mevrouw op 18 juli 2014 een mediationtraject wordt voorgesteld.

HDI-Gerling laat bij brief van 21 maart 2015 weten dat zij niet instemt met mediation.

Het geschil: medewerking aan mediation verplicht?

Mevrouw start een deelgeschilprocedure waarbij zij de rechtbank verzoekt om HDI te veroordelen medewerking te verlenen aan het mediationtraject en de daarmee gemoeide kosten te dragen. Mevrouw verwijst hierbij naar gedragsregel 10 van de Gedragscode Behandeling Letselschade (hierna: GBL) van de Letselschaderaad dat de verzekeraar gehouden is om mee te werken aan mediation. HDI dient te handelen conform de GBL, hetgeen betekent dat zij zich moet inspannen om een regeling te bereiken.

HDI-Gerling verweert zich door te stellen dat mediation in dit stadium niet zinvol is omdat het geen bijdrage kan leveren aan de oplossing van het geschil. Daarvoor dient eerst duidelijkheid te worden verkregen over het causaal verband tussen het ongeval en de klachten. Daarvoor is een deskundigenonderzoek onvermijdelijk.

Daarnaast wijst HDI-Gerling erop dat de in gedragsregel 10 van de GBL genoemde ‘derde’ ook een neuroloog kan zijn in een deskundigenonderzoek.

Wat zegt de rechter?

Mevrouw heeft haar verzoek gebaseerd op gedragsregel 10 van de GBL. Een dergelijke gedragscode is geen recht in de zin van artikel 79 Wet op de rechterlijke organisatie. Door HDI is echter niet aangevoerd dat zij zich niet heeft gecommitteerd aan de GBL waardoor het verzoek aan de gedragsregel moet worden getoetst.

Voorts wordt het verzoek door de rechter getoetst aan artikel 6:2 lid 1 Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat schuldeiser en schuldenaar zich jegens elkaar dienen te gedragen overeenkomstig de eisen van de redelijkheid en billijkheid.

De onderhandelingen zijn vastgelopen op het punt van het causaal verband tussen het ongeval en de klachten en beperkingen van mevrouw. Een mediator zal in dit stadium niet kunnen helpen bij het oplossen van het geschil.

De verzekeraar is in dit geval niet verplicht om me te werken aan mediation.

Meer informatie?

Wilt u meer informatie over deze uitspraak? Of heeft u vragen over letselschade in algemene zin? Neem contact op met een ervaren letselschade advocaat van Utrechtse Schade Advocaten!


Meer informatie over onze dienstverlening bij letselschade?

Pierre van Geffen

Het beroep van advocaat is mij op het lijf geschreven. Ik adviseer, onderhandel en procedeer. Daarbij stel ik altijd het belang van mijn cliënt voorop en ga ik voor maximaal resultaat.

Neem contact op