U gebruikt een verouderde browser. Update uw browser voor een betere en veiligere ervaring.update

Zwembadbeheerder aansprakelijk voor dwarslaesie na onjuist gebruik glijbaan

Een jongen van 16 jaar oud gaat op 28 juni 2011 naar een buitenzwembad om te zwemmen. Die dag is de jongen zittend op zijn knieën van de familieglijbaan gegaan en hierbij zeer ernstig gewond geraakt. De jongen is met zijn hoofd terecht gekomen op de bodem van het zwembad.

Als gevolg van het ongeval heeft de jongen een dwarslaesie opgelopen vanaf borsthoogte.

Aansprakelijkheid

In deze zaak staat de vraag centraal wie aansprakelijk is voor de letselschade van het slachtoffer: de producent van de glijbaan, de zwembadbeheerder of de jongen zelf vanwege eigen schuld?

Is de producent aansprakelijk?

De rechtbank is van oordeel dat de onderdelen van de glijbaan geen verband houden met de omstandigheden die geleid hebben tot het ongeval.

Dat de glijbaan zelf een gebrek had waardoor het ongeval is ontstaan, is niet gebleken. De diepte van het zwembad (110 cm), de hoogte van de afzetstand en de gebruikte pictogrammen zijn in het rapport van het Keurmerkinstituut voldoende bevonden.

De deskundige die door het slachtoffer is ingeroepen vermeldt dat de constructie en het ontwerp van de glijbaan (voor zover dit kan worden nagegaan) zelf voldoet. Dit geldt volgens de deskundige niet voor de situering en het gebruik.

Is de zwembadbeheerder aansprakelijk?

Voor de vraag of de zwembadbeheerder aansprakelijk is op grond van zowel artikel 6:174 BW als artikel 6:162 BW spelen de in de rechtspraak ontwikkelde Kelderluikcriteria een rol.

Deze criteria gaan in op de waarschijnlijkheid van een ongeval, de ernst van de eventuele gevolgen en de bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.

Uit de jurisprudentie volgt dat wanneer het onmogelijk is om een gevaarlijke situatie geheel weg te nemen, voldoende moet worden gewaarschuwd voor het lopende gevaar.

Voor de vraag wat in dit geval als waarschuwing kan worden beschouwd is van doorslaggevende betekenis of te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden.

Beoordeling

De toezichthouder verklaart dat zij zag dat er jongens waren die gingen staan of andere trucjes uitvoerden op de glijbaan. De toezichthouder is toen naar de jongens toegelopen en heeft een paar waarschuwingen gegeven.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de zwembadbeheerder door enkel toezicht vanaf (het dek van) de toren bij de glijbaan te houden in de gegeven omstandigheden, relatief kort na de opening van de glijbaan op 28 mei 2011, onvoldoende actief toezicht gehouden.

Van de zwembadbeheerder mocht naar maatstaven van zorgvuldigheid worden verwacht dat zij toezicht hield bij de glijbaan om bij gebruik op een wijze die niet volgens de instructies is gebruikers direct aan te spreken en de gevolgen van een eventueel ongeval op de glijbaan te beperken.

Door dit na te laten, voldoet het gebruik van de glijbaan niet aan de eisen die men daar in de gegeven omstandigheden aan mag stellen en heeft de zwembadbeheerder in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeerd betaamt en heeft daarmee onrechtmatig gehandeld.

Dit betekent dat de zwembadbeheerder zowel aansprakelijk is op grond van art 6:174 BW als op grond van art 6:162 BW.

Uit het voorgaande blijkt dat de zwembadbeheerder de opgelopen schade van het slachtoffer dient te vergoeden. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met eventuele eigen schuld van het slachtoffer.

Eigen schuld van het slachtoffer

Op grond van art 6:101 BW dient een deel van de schade voor rekening van het slachtoffer te blijven.

Het staat vast dat het slachtoffer onder invloed van alcohol op een niet toegestane wijze van de glijbaan is gegaan en met zijn hoofd vooruit het water inging. Deze gedraging heeft bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval en het ontstaan van de schade.

Op basis van de mate waarin de gedraging van het slachtoffer en de schending van de zorgplicht van de zwembadbeheerder aan het ontstaan van het ongeval hebben bijgedragen, brengt dit de rechtbank tot de conclusie dat de schadevergoedingsplicht met de helft moet worden verminderd.

Echter, door de ernst van het letsel en het feit dat de zwembadbeheerder voor de schade verzekerd is, ziet de rechtbank aanleiding voor een billijkheidscorrectie, wat leidt tot een omvang van de aansprakelijkheid voor 75%.

Kortom: de zwembadbeheerder dient 75% van de schade van het slachtoffer te vergoeden.

Letselschade advocaat

Meer weten over aansprakelijkheid na letselschade bij sport en spel? Neem contact op met een letselschade advocaat van Utrechtse Schade Advocaten.

Rechtbank Midden-Nederland, 21-06-2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3055


Meer informatie over onze dienstverlening bij letselschade?

Marloes Langerhuizen

Marloes Langerhuizen volgt vanaf 2012 de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam. In dat kader loopt ze een jaar stage bij Utrechtse Schade Advocaten.

Neem contact op